Den Haag gaat dit najaar in vier wijken oefenen met tijdelijke noodsteunpunten. De proef vindt plaats in het Transvaalkwartier, Scheveningen-Dorp, Ypenburg en Benoordenhout. De gemeente wil onderzoeken hoe inwoners kunnen worden geholpen wanneer bij een langdurige storing belangrijke voorzieningen zoals stroom, telefoon en internet uitvallen.
Wat gebeurt er als door een langdurige stroomstoring het licht uitvalt, liften niet meer werken en inwoners niet meer kunnen bellen of internetten? In Den Haag wordt de komende maanden geoefend met zogenoemde Haagse noodsteunpunten.
De vier gekozen wijken verschillen sterk van elkaar in bevolkingssamenstelling, mobiliteit en type bebouwing. Daardoor kan de gemeente onderzoeken hoe een noodsteunpunt onder verschillende omstandigheden functioneert en of het aansluit bij de behoeften van inwoners.
De pilot wordt momenteel voorbereid samen met bewoners, bewonersorganisaties en verschillende netwerken in de wijken. Daarbij zijn onder meer sportverenigingen en religieuze en culturele organisaties betrokken.
Half oktober vinden in de vier wijken praktijkoefeningen plaats. Op herkenbare locaties worden tijdelijke en fictieve noodsteunpunten ingericht. De gemeente wil daarmee in de praktijk ontdekken wat goed werkt en waar nog aanpassingen nodig zijn.
Bij een toekomstig noodsteunpunt zouden inwoners tijdens een calamiteit terechtkunnen voor informatie, het doen van een hulp- of noodmelding en het zoeken van contact met buurtgenoten.
Oog voor elkaar
De gemeente benadrukt dat voorbereiding op noodsituaties niet alleen draait om voorzieningen en hulpdiensten. Ook de samenwerking tussen inwoners speelt een belangrijke rol.
Ook in wijken waar geen oefening met een noodsteunpunt plaatsvindt, worden bewoners en buurtorganisaties aangemoedigd om zich voor te bereiden. Zo kunnen buurtbewoners vooraf afspraken maken over wie zij in een noodsituatie kunnen helpen en bij wie zij zelf terechtkunnen.
Met een zogenoemde buurtcheck kunnen inwoners samen nadenken over de manier waarop zij elkaar kunnen helpen in de straat, flat of buurt.
Onderdeel van landelijke aanpak
De Haagse pilot komt voort uit een landelijke opdracht om ervaring op te doen met noodsteunpunten. De opgedane kennis moet duidelijk maken welke organisatie, mensen, materialen en financiële middelen nodig zijn om noodsteunpunten verder te ontwikkelen.
De Rijksoverheid wil de ervaringen gebruiken bij de ontwikkeling van een landelijk netwerk van lokale noodsteunpunten. Die moeten bijdragen aan de zelfredzaamheid en weerbaarheid van inwoners wanneer voorzieningen uitvallen of zich een andere crisissituatie voordoet.
De aanpak sluit aan bij de landelijke campagne Denk Vooruit, waarin huishoudens worden opgeroepen zich voor te bereiden op noodsituaties. Daarbij wordt onder meer gewezen op situaties waarin hulpdiensten niet direct bereikbaar zijn of belangrijke voorzieningen tijdelijk niet beschikbaar zijn.
Samenwerking met Veiligheidsregio Haaglanden
Den Haag werkt voor de pilot samen met de gemeenten binnen de Veiligheidsregio Haaglanden. Ook Leidschendam-Voorburg voert in het najaar een praktijkoefening uit.
Een belangrijk onderdeel van de Haagse pilot is het onderzoeken van de aansluiting tussen de noodsteunpunten en de hulpdiensten in de regio. Bij een grote stroomstoring kan het bijvoorbeeld moeilijk zijn om telefonisch hulp in te schakelen of actuele informatie over de situatie te ontvangen.
De gemeente wil daarom ook bekijken of noodsteunpunten kunnen helpen om informatie uit de wijken te verzamelen en door te geven aan de stad en hulpdiensten.
Na afloop worden de resultaten van de oefeningen geëvalueerd. De uitkomsten worden gedeeld binnen de gemeente, de Veiligheidsregio Haaglanden en met de Rijksoverheid.
Bron: persbericht Gemeente Den Haag
Heb jij leuke nieuws tips of opmerkingen voor de redactie?
Stuur dan een bericht naar ons via: info@070online.nl

