Maar wat moeten mensen van nu met de trans-Atlantische slavernij, klonk het meer dan eens tijdens de Keti Koti-dialoog van de Haagse Gemeenschap van Kerken in de Emmauskerk. Die vorm van slavernij bestaat niet meer en de mensen om wie het gaat leven ook al niet meer. Er zijn alleen nog nazaten van tot slaaf gemaakten en van slavenhouders en vooral mensen die geen van beiden zijn. Die laatsten worden geacht verantwoordelijkheid te nemen voor het kwaad uit de tijd van de trans-Atlantische slavernij en voor de gevolgen ervan die nog steeds zouden doorwerken.
Medeplichtig
De protestantse kerk is medeplichtig aan wat tijdens de slavernijtijd is gebeurd, vonden enkele deelnemers aan de dialoog. Volgens hen is nu daarom de hoogste tijd om werk te maken van financiële compensatie. “Want toen in 1863 de slavernij officieel werd afgeschaft, besloot het Nederlandse parlement dat de plantage-eigenaren voor elke tot slaafgemaakte 300 gulden kregen,” klonk het. “De tot slaafgemaakten kregen daarentegen niets. Die hadden geen bezittingen, die hadden geen grond, die hadden niets. Want ze stonden niet op de loonlijst maar op de goederenlijst van de plantagehouders.” Financiële compensatie hoeft naar de mening van sommige deelnemers aan de dialoog niet individueel aan nazaten uitbetaald maar geïnvesteerd worden in scholen, in onderwijs, “zodat de samenleving er echt van doordrongen raakt dat dit soort dingen niet meer gebeuren”.
Predikant
Als voorbeeld van de medeplichtigheid van de protestantse kerk werd Johannes Basseliers (1640-1689) genoemd; de eerste gereformeerde predikant in Suriname. De eerste 8 jaar van zijn verblijf daar werden niet betaald en Basseliers ging daarom suikerriet telen, met volgens de overlevering zo’n 75 tot slaaf gemaakten. Of neem Arend van den Brandhof (1793 -1863) die in 1845 zo’n 300 Groningse en Gelderse landarbeiders naar Suriname liet emigreren. Anton de Kom beschrijft Van den Brandhof in zijn boek Wij slaven van Suriname. Al die religieuze instituties moeten bij de overheid aandringen op compensatie, klonk het. Dat legt meer gewicht in de schaal dan wanneer individuen of bijvoorbeeld de Surinaamse gemeenschap dat doen.
Maatschappij
Aan gewone mensen in Nederland moet de slavernijtijd ongemerkt voorbij zijn gegaan, gaf een van de deelnemers aan de dialoog in overweging. Niet in de laatste plaats vanwege de mede door de kerk geordende maatschappij door mensen die vanuit hun positie meenden te weten wat anderen dienden te weten en te doen. Slavernij hoorde er tot de officiële afschaffing bij en de gevolgen werden genegeerd. Want: zo was het nu eenmaal en iedereen vond dat goed. Dat laatste is niet helemaal waar, vonden sommige deelnemers aan de dialoog. Ook in het verre verleden waren er mensen die in meer of mindere mate protesteerden tegen slavernij. In de afgelopen 50 jaar is dat gaan veranderen, maar veel meer dan gesprekken heeft dat tot nog toe niet opgeleverd, meenden sommigen.
Normen
Veel gewone mensen in Nederland waren volgens de normen van nu niet veel beter af dan tot slaaf gemaakten, klonk het. Daarvoor werd Johannes graaf van den Bosch (1780-1844) geïntroduceerd en zijn Drentse Koloniën van Weldadigheid voor verarmde mensen. Die stonden laag op de maatschappelijke ladder, maar wel boven tot slaaf gemaakten en hun nazaten. Van den Bosch ontwikkelde ook het cultuurstelsel in Nederlands-Indië; volgens sommige deelnemers aan de dialoog een 19de eeuwse hervorming van de slavernij en uitgelegd als het brengen van beschaving. “Maar het effect was eigenlijk genocide,” klonk het.
Verantwoordelijkheid
Wie kan daar verantwoordelijkheid voor nemen, vroegen sommigen zich af. Bijvoorbeeld door ervan uit te gaan dat mensen, moslims, hindoes en christenen gelijkwaardig zijn, gaf iemand in overweging. Want wie hetzelfde ervaart als een ander, ontdekt dat verschillen dan steeds kleiner worden. Een mooie basis om samen verder te gaan, al blijkt de praktijk weerbarstig. Religies mogen dan uiteindelijk niet zoveel van elkaar verschillen; het is soms een stap te ver om bij elkaar op bezoek te gaan en al helemaal om met elkaars rituelen mee te doen.
Simpeler
Wellicht kan het allemaal simpeler, stelde iemand voor, door op te komen voor bijvoorbeeld mensen van kleur die in de narigheid raken. Op het werk bijvoorbeeld waar een leidinggevende zich laatdunkend over ze uitlaat. Zeggen dat zoiets niet meer kan, vergt moed en dapperheid, volgde meteen, omdat de praktijk leert dat vanwege zo’n protest een contract niet wordt verlengd of de bezwaarmaker wordt weggepromoveerd. “Maar iemand moet als eerste iets durven zeggen. Waardoor een ander ook kan zeggen, dit durf ik ook. En dan zijn er meer mensen die zeggen, dit gaan we niet doen.”
Bron: eigen verslaggeving
Heb jij leuke nieuws tips of opmerkingen voor de redactie?
Stuur dan een bericht naar ons via: info@070online.nl

