Hoe zag de geestelijke gezondheidszorg er in Den Haag eeuwen geleden uit? Corry van Straten onderzocht de geschiedenis van het Haagse Dolhuys en beschrijft in haar derde boek, “Het huis aan het Slijkeinde, het Haagse Dolhuys in de 18e eeuw”, hoe mensen met psychische problemen vanaf de Middeleeuwen tot 1795 werden verzorgd. Volgens Van Straten was die zorg in deze periode minder slecht dan vaak wordt aangenomen.
Het boek wordt op donderdag 8 oktober gepresenteerd in wijkcentrum De Kronkel in Kortenbos, vlak bij de historische locatie van het Haagse Dolhuys. Burgemeester Jan van Zanen, die het voorwoord voor het boek schreef, neemt tijdens de bijeenkomst het eerste exemplaar in ontvangst.
Familie speelde belangrijke rol bij zorg
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek van Van Straten is de manier waarop mensen met psychische problemen werden verzorgd en de rol van familie daarin. Verwanten deden volgens haar vaak wat zij konden om hun familielid goed te verzorgen. Wanneer dat thuis niet meer mogelijk was, konden zij bij de burgemeester toestemming vragen om hun naaste in het Dolhuys te laten opnemen.
De familie betaalde vervolgens voor de zorg. Wie daar financieel toe in staat was, kon ook extra voorzieningen betalen. In gezinnen met minder financiële middelen droegen soms meerdere familieleden bij. In enkele gevallen werd de zorg zelfs betaald met goederen, zoals servies, linnen of groenten.
“De meeste familieleden hadden alles over voor hun verwant in het Dolhuys,” vertelt Van Straten. “Er zijn schrijnende gevallen bekend van families die grote financiële offers brachten om hun familielid goed te laten verzorgen.”
In het boek besteedt Van Straten daarnaast aandacht aan structuur, dagbesteding en de manier waarop de zorg werd georganiseerd. Sommige onderdelen daarvan vertonen volgens haar overeenkomsten met de huidige ggz. Het boek richt zich vooral op de ontwikkeling van de geestelijke gezondheidszorg door de eeuwen heen.
Derde boek over Haagse geestelijke gezondheidszorg
“Het huis aan het Slijkeinde, het Haagse Dolhuys in de 18e eeuw” is het derde boek van Van Straten over de geschiedenis van de Haagse geestelijke gezondheidszorg.
In haar eerste boek, “Een wereld die er niet meer is”, beschreef zij de gebeurtenissen in de psychiatrische instellingen Rosenburg en Bloemendaal tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan deze geschiedenis herinneren onder meer de herdenkingsmonumenten op de Haagse terreinen aan de Albardastraat en Monsterseweg.
Haar tweede boek, “Van Kapel tot Dolhuys”, verscheen in maart 2021 en beschrijft de geschiedenis van de Haagse geestelijke gezondheidszorg vanaf de Middeleeuwen tot 1700.
Van Straten is vrijwilliger bij het Historisch Genootschap van Parnassia Groep. Het genootschap beheert de historische collectie van de organisatie en organiseert activiteiten om de geschiedenis van de Haagse ggz onder de aandacht te houden.
Boekpresentatie in Kortenbos
De boekpresentatie wordt georganiseerd door het Historisch Genootschap van Parnassia Groep in samenwerking met Wijkorganisatie Kortenbos. De locatie is verbonden met de geschiedenis van het Dolhuys: wijkcentrum De Kronkel aan het Westeinde ligt vlak bij de historische plek waar het Haagse Dolhuys stond.
De bijeenkomst vindt plaats op donderdag 8 oktober van 14.00 tot 16.00 uur. Tussen 15.30 en 16.00 uur neemt burgemeester Jan van Zanen het eerste exemplaar in ontvangst. Ook schreef hij het voorwoord van het boek. Namens Parnassia Groep neemt bestuurder Richard Prins een exemplaar in ontvangst.
Bron & foto: persbericht Parnassia Groep
Heb jij leuke nieuws tips of opmerkingen voor de redactie?
Stuur dan een bericht naar ons via: info@070online.nl

