Geïnspireerd door de historische Gobelinkamer in Kunstmuseum Den Haag, heeft kunstenaar Natasja Kensmil de eigentijdse muurschildering Allegory of Glaciers gerealiseerd in een van de monumentale trappenhuizen van het museum. Met deze opdracht aan Kensmil zet het museum een traditie voort, waarbij kunstenaars worden uitgenodigd om in de trappenhuizen een artistieke wisselwerking met het gebouw en de collectie aan te gaan.
Natasja Kensmil transformeerde het trappenhuis tot een wereld van smeltende gletserlandschappen, waarin mythologie en werkelijkheid door elkaar lopen. Als een prikbord vol oude ansichtkaarten roepen de panorama’s herinneringen op. De voorstellingen zijn geïnspireerd op archiefbeelden van gletsjers, bladzijden uit middeleeuwse handschriften en fragmenten van historische landkaarten. Daarmee benadrukt Kensmil het belang van gletsjers als natuurlijke archieven van de geschiedenis van onze aarde.
Het trappenhuis is door Kensmil opgevat als een doorlopend ‘schilderij’ opgebouwd uit meerdere vrij hangende beschilderde en getekende doeken waarop de muurschildering zich voortzet. De doeken benadrukken de verschillende dieptewerkingen die in het werk ontstaan als gevolg van de architectuur van de ruimte. Binnen dit geheel komen tekenen en schilderen samen: getekende sierlijke lijnen en geschilderde vlakken wisselen elkaar af en vloeien in elkaar over. Soms treedt de tekening op de voorgrond, soms het schildergebaar, waardoor een gelaagd beeld ontstaat dat de ruimtelijke werking van de schildering verder verdiept.
Gobelinkamer
Voor haar muurschildering putte Kensmil inspiratie uit de historische stijlkamers in het Kunstmuseum. Deze 17e en 18e eeuws interieurs vormen een permanent onderdeel van het museumgebouw. Tegenwoordig bieden de kamers inzicht in het leven van de elite die verantwoordelijk was voor het bestuur van Nederland en de door Nederland gekoloniseerde gebieden. Verschillende voorstelling en decoratieve motieven uit de stijlkamers keren terug in dit trappenhuis. Vooral de Gobelinkamer vormt een belangrijke inspiratiebron. In deze ontvangstruimte uit 1710 vormen de wandtapijten van tapijtwever Alexander Baert het decor van een gefantaseerd boslandschap vol waterpartijen en exotische vogels. Daarboven zweven de Romeinse godinnen van de wijsheid (Minerva) en de rechtvaardigheid (Justitia) op een beschilderd plafond.
Stervende gletsjers
In plaats van een paradijselijk groene wereld verbeeldt Kensmill een smeltend ijslandschap. De mythologische figuren breidt zij uit met natuurgodinnen die met deze bedreigde wereld zijn verbonden. Pachamana, afkomstig uit de Inca-cultuur, is de godin van Moeder Aarde. De Inuit vereren Sedna, de moeder van de zee. Tot slot verbeeldt Kensmil met Pele de vulkaangodin van Hawaï, waar ooit ook gletsjers voorkwamen. Zo toont Kensmil de teloorgang van deze gebieden. Door klimaatverandering, industrialisering en kolonisatie verliezen de oorspronkelijke bewoners hun leefomgeving die zij van oudsher associëren met goddelijke krachten.
Om ruimte te maken voor Kensmils nieuwe werk is de muurschildering van Günter Tuzina tijdelijk en vakkundig afgedekt. Eerder dit jaar realiseerde kunstenaar Hadassah Emmerich, op uitnodiging van het museum, de muurschildering Petals Pulp Papaya Plunge in een ander trappenhuis.
Deze zomer zal Pamela Phatsimo Sunstrum de laatste in de serie van drie nieuwe muurschilderingen realiseren.
Over Natasja Kensmil
Natasja Kensmil (1973) woont en werkt in Amsterdam, en is al ruim 20 jaar actief in het kunstveld. Zij studeerde aan de Vrije Tekenacademie, de Gerrit Rietveld Academie en aan de Ateliers, alle drie gevestigd in Amsterdam. Belangrijk thema’s in het werk van Natasja Kensmil zijn de duistere kanten van het Nederlandse koloniale verleden, geschiedenis, religie, mystiek en mythologie. Haar werken zijn onder meer tentoongesteld bij Andriesse Eyck galerie (Amsterdam), in de Royal Hibernian Academy (Dublin) en het National Museum of Women in the Arts (Washington) en opgenomen in de collecties van onder meer Rijksmuseum (Amsterdam), Stedelijk Museum (Amsterdam), Van Abbemuseum (Eindhoven), Kunstmuseum Den Haag en Dallas Museum of Arts (USA). In 2021 ontving Kensmil de Johannes Vermeer Prijs, waarin de jury haar werk prees als ‘helend, opbouwend en kritisch’.
Bron & foto: persbericht Kunstmuseum Den Haag
Heb jij leuke nieuws tips of opmerkingen voor de redactie?
Stuur dan een bericht naar ons via: info@070online.nl

